Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
President Trump heeft een olie deal met Venezuela aangekondigd. De Verenigde Staten krijgt daarmee zeggenschap over meer dan 65 miljard vaten bewezen oliereserves. Dat gebeurt via een nieuw privaat bedrijf waarin de Amerikaanse overheid een meerderheidsbelang heeft. Venezuela heeft de grootste bewezen oliereserves ter wereld. Een forse opschaling van de productie zou de wereldwijde CO2-uitstoot flink verhogen. Maar er zijn praktische grenzen aan hoe snel dat kan gaan.
Als de VS de olie in Venezuele gaan exploiteren wacht het klimaat een donkere toekomst. Foto: iStock – Tomas Ragina
Een historische deal
Begin januari 2026 werd de Venezolaanse president Maduro afgezet bij een grootschalige Amerikaanse militaire operatie. Hij werd naar New York gebracht om terecht te staan. Sindsdien werkt de Verenigde Staten aan de wederopbouw van de Venezolaanse oliesector.
In januari veranderden Venezolaanse wetgevers, met steun van interim president Delcy Rodríguez, de wet. Daardoor kunnen buitenlandse bedrijven makkelijker meedoen in de oliesector.
Op vrijdag (28-8-2026) maakte Trump de volgende stap bekend. Minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio en minister van Oorlog Pete Hegseth onderhandelden namens de VS. Het resultaat is een nieuw privaat joint venture, opgezet met een private partij in Venezuela. Rodríguez gaf dat bedrijf een concessie van honderd jaar voor de olievelden.
De Amerikaanse overheid krijgt 55 procent van de effectieve productie van dit bedrijf. Dat gebeurt deels via aandelenbezit en deels via gegarandeerde levering tegen kostprijs. Daarmee wordt het bedrijf naar verwachting de op een na grootste private oliemaatschappij ter wereld, gemeten naar reserves.
Volgens het Witte Huis gaat de olie onder meer naar de Amerikaanse strategische voorraad en naar het Amerikaanse leger. Trump zegt dat de deal de Amerikaanse oliereserves meer dan verdubbelt en de benzineprijzen structureel zal verlagen. Rubio noemt de deal goed nieuws voor zowel de Verenigde Staten als Venezuela, met bijna honderd miljard dollar aan verwachte private investeringen en duizenden nieuwe banen.
De timing is niet toevallig. De benzineprijs in de VS ligt boven de vier dollar per gallon. Dat komt mede doordat de oorlog met Iran al een half jaar een vijfde van de wereldwijde olievoorraad verstoort. Amerikaanse noodvoorraden zijn zo klein als in het begin van de jaren tachtig. Over minder dan twee maanden zijn er Amerikaanse tussentijdse verkiezingen.
De grootste oliereserves ter wereld
Venezuela heeft in totaal ongeveer 300 miljard vaten aan bewezen oliereserves. Dat is meer dan Saoedi-Arabië. Het grootste deel bevindt zich in de Orinoco gordel, in de vorm van extra zware ruwe olie. De 65 miljard vaten uit de nieuwe deal vormen dus ongeveer een vijfde van het totaal.
Die zware olie is duur en energie-intensief om te winnen. De olie moet worden verdund en bewerkt voordat raffinaderijen er iets mee kunnen. Daardoor ligt de CO2-uitstoot per vat al hoger dan bij gewone lichte ruwe olie, nog voordat er ook maar iets is verbrand.
Wat betekent dit voor de wereldwijde uitstoot?
Als de 65 miljard vaten uit deze deal ooit volledig worden gewonnen en verbrand, komt daarbij naar schatting zo’n 28 miljard ton CO2 vrij. Ter vergelijking, de wereldwijde uitstoot bedraagt nu ongeveer 37 miljard ton per jaar. Dat is dus alleen al bijna één jaar wereldwijde uitstoot, uit één deal.
Wordt op termijn ook de rest van Venezuela’s reserves ontwikkeld, dan loopt de totale potentiële uitstoot op tot meer dan 130 miljard ton CO2.
Maar zo’n scenario voltrekt zich niet van vandaag op morgen. Infrastructuur, investeringen en de opbouw van productiecapaciteit kosten jaren. Toch is de honderdjarige concessie een signaal dat de winning voor lange tijd is vastgelegd, met bijna honderd miljard dollar aan aangekondigde investeringen om de productie snel op te schalen.
Indirecte gevolgen
Naast de directe uitstoot spelen er meer effecten. Meer olie op de wereldmarkt kan de prijs drukken. Goedkopere olie ontmoedigt historisch gezien energiebesparing en vertraagt de overstap naar alternatieven.
Nieuwe pijpleidingen, raffinaderijen en exportterminals gaan vaak tientallen jaren mee. Die infrastructuur schept economische druk om te blijven winnen, ook wanneer klimaatdoelen juist om afbouw vragen. Een concessie van honderd jaar maakt die druk nog groter. Het legt de winning van deze olievelden vrijwel voor de rest van de eeuw vast.
Ook lokaal kleeft er een prijs aan. De Venezolaanse oliesector kampt al jaren met onderinvestering en verouderde infrastructuur. Opschaling van de productie kan zorgen voor meer lekkages en meer schade aan land en water.
Botsing met klimaatdoelen
Klimaatwetenschappers hebben berekend hoeveel fossiele brandstof er nog verbrand mag worden om de opwarming van de aarde onder de 1,5 tot 2 graden te houden. Uit dat soort onderzoek, onder andere als gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature, blijkt dat een groot deel van de bestaande wereldwijde oliereserves eigenlijk in de grond moet blijven. Een flink deel van de Venezolaanse reserves valt daaronder.
Grootschalige ontwikkeling van deze olievelden gaat dus recht in tegen die klimaatdoelen in. De gevolgen kennen we. De nieuwe aanslag die daarmee op het wereldwijde ecosysteem wordt gepleegd valt onder de omschrijving van ecocide, en die is al in een aantal landen als misdaad erkend.
