Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Ongeveer een derde van de wereldbevolking draagt Toxoplasma gondii. Bij muizen verandert de parasiet aantoonbaar het gedrag, maar wat zo’n veelvoorkomende infectie voor mensen betekent, is een stuk minder duidelijk.

kattenbak

De kattenbak als verspreider van toxoplasmose. Foto: iStock – Galina Sandalova

Een kattenbak verschonen lijkt een alledaags klusje, maar in de ontlasting van een besmette kat kunnen miljoenen oöcysten van Toxoplasma gondii zitten. Die worden in een Nederlands klimaat na twee tot drie dagen besmettelijk, terwijl de seksuele voortplanting van de parasiet alleen in katten en andere katachtigen plaatsvindt. In proeven van de Universiteit van Genève bleken besmette muizen minder bang voor katten en ook roekelozer tegenover andere gevaren, een effect dat samenhing met cysten in hun hersenen en neuro-inflammatie. Tientallen studies brengen de infectie in verband met een hoger risico op schizofrenie, zonder dat daarmee een oorzaak-gevolgrelatie is aangetoond.

De muis schrikt ook minder van een rat

De besmette muizen uit Genève zochten opvallend vaak open, onbeschutte plekken op. Dat zijn plekken die gezonde muizen normaal mijden, omdat roofdieren ze daar snel kunnen zien. Het ging dus om behoorlijk roekeloos gedrag.

Ook een verdoofde rat, van nature een vijand van muizen, maakte weinig indruk. De dieren verkenden bovendien langer de geur van vossen en cavia’s dan onbesmette soortgenoten. Hun angstreactie leek veel breder te zijn afgezwakt dan alleen de reactie op katten.

“Besmette muizen verliezen hun neiging om roofdieren te vermijden, en dat geldt niet alleen voor katachtigen.”
Onderzoeksteam van de Universiteit van Genève

In Nederland lopen de cijfers flink uiteen

Toxoplasma gondii

Toxoplasma gondii parasieten. Foto: iStock – Dr Microbe

Het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren schat dat 70 tot 80 procent van de Nederlanders op enig moment in het leven met Toxoplasma gondii besmet raakt. Dat cijfer gaat over de kans om de parasiet ooit op te lopen.

Het Voedingscentrum hanteert een andere maatstaf: ongeveer 30 procent van de bevolking heeft toxoplasmose al doorgemaakt en is daardoor immuun. Onder zwangeren ligt dat aandeel rond 18 procent. Die verschillen laten vooral zien dat besmettingskans en aantoonbare afweer niet hetzelfde meten.

Wereldwijd varieert het aandeel mensen met antistoffen sterk, van 10 procent tot meer dan 90 procent. Klimaat, eetgewoonten en hygiëne spelen daarbij mee, al heeft een infectie bij de meeste mensen geen merkbare klachten.

De kattenbak is maar één route

Een besmette kat scheidt gedurende twee tot drie weken miljoenen besmettelijke deeltjes uit via de ontlasting. In Nederlandse omstandigheden hebben die eerst twee tot drie dagen nodig voordat ze infectieus zijn. Dat proces heet sporulatie, waarbij de parasiet buiten het lichaam rijpt.

Je kunt de parasiet ook binnenkrijgen via slecht verhit vlees, ongewassen groente of grond waarin besmette kattenpoep terechtkwam. Katten zijn daarbij onmisbaar voor de levenscyclus, want alleen in hun lichaam kan de parasiet zich geslachtelijk voortplanten.

Goed om te weten
De RIVM-richtlijn noemt Toxoplasma gondii een eencellige parasiet die alleen ín cellen kan leven en zich daar vermenigvuldigt.

Bij mensen is het verband veel minder helder

Bij muizen heeft de roekeloosheid een mogelijk voordeel voor de parasiet, omdat een muis die zich makkelijker laat pakken in een kat kan belanden. Daar krijgt Toxoplasma gondii weer de kans om zich voort te planten. Zo’n directe keten is bij mensen niet aangetoond.

Tientallen onderzoeken leggen wel een verband tussen besmetting en een hoger risico op schizofrenie. Dat blijft een statistische samenhang, geen bewijs dat de parasiet de aandoening veroorzaakt. Schizofrenie is een complexe psychiatrische aandoening met meerdere mogelijke oorzaken.

Onderzoekers kijken daarom verder naar kleine, mogelijke effecten op gedrag en het brein. De uitkomsten bij mensen zijn vooralsnog veel minder eenduidig dan bij laboratoriummuizen.

Een oud schoolvoorbeeld staat op losse schroeven

De gedragsproeven verschenen op 14 januari 2020 in Cell Reports, uitgevoerd door een team van de Universiteit van Genève. Hoogleraar Ivan Rodriguez, co-senior auteur van het onderzoek, noemde Toxoplasma gondii al twintig jaar een schoolvoorbeeld van slimme manipulatie door een parasiet.

De studie laat zien dat die uitleg te simpel was. Het aantal parasietcysten in de hersenen hing samen met de gedragsverandering, terwijl ontsteking in het zenuwstelsel waarschijnlijk meespeelt bij de algemene afname van roofdierangst.